Belg

Met Belgen worden in het hedendaags taalgebruik meestal de inwoners aangeduid van het land België, dat in 1830 met de Belgische Revolutie werd opgericht. Vroege middeleeuwen Na de grote Volksverhuizingen werd nagenoeg de hele Keltische bevolking vermengd met de nieuwe Germaanse bevolking en verviel de rijke Romeinse cultuur; alleen in Wallonië hield de Gallo-Romeinse levenswijze nog stand. Hoewel de kerkprovincie Reims (met o.a. de ondergeschikte bisdommen Doornik en Kamerijk) in Rome ook onder de Latijnse naam Belgica bekend bleef, kwam het begrip Belgen eeuwenlang niet meer voor. De bewoners van Belgica werden geregeerd door de Franken (Merovingen en Karolingen). Door het feodaal stelsel vielen deze rijken uiteen in onafhankelijke graafschappen, zoals het graafschap Vlaanderen, het hertogdom Brabant en het graafschap Loon, dat later behoorde tot het prinsbisdom Luik, oorspronkelijk een deel van Germania Inferior. Door huwelijks- en veroveringspolitiek kwamen de graafschappen in de handen van de Bourgondiërs en de Spanjaarden. Nadien volgden Oostenrijkers, Fransen en Nederlanders. In de periode hiervoor behoorde ook een deel van Nederland (aan de noordkant begrensd door de Rijn) tot Belgica en een groot aantal Nederlanders werd toen dus ook Belgae genoemd. Later heette de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het Latijn dan ook Belgica Foederata, letterlijk de Belgische Federatie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.