demonstraties

thumb|200px|Demonstratie in Stockholm 18e eeuw |thumb|200px|Betoging in Brussel, 29 september 2010 Een betoging of demonstratie is een verzameling mensen (van betogers of demonstranten), die bij elkaar gekomen zijn om iets te bepleiten, in de meeste gevallen om ergens tegen te protesteren. Demonstraties zijn een actiemiddel, waarbij aandacht wordt gevraagd voor een bepaalde zaak en waarbij wordt geprobeerd aan te tonen dat er onder de bevolking een groot draagvlak is voor het doel van de demonstratie. Het recht op demonstratie is een democratisch recht. Veel demonstranten, die geregeld demonstreren, zien het ook als een democratische plicht, een middel om bestuurders, volksvertegenwoordigers en machthebbers erop te wijzen dat ze iets verkeerd doen. Anderen zien demonstreren echter als een verstoring van het democratische proces, een oneigenlijk pressiemiddel. Zij vinden dat democratisch verkozen bestuurders en vertegenwoordigers hun werk moeten doen, ongestoord door actievoerders en demonstranten. Bovendien vertegenwoordigen demonstranten niet degehele bevolking, en democratie dient de gehele bevolking, niet (slechts) degenen die het meeste lawaai maken. Hier wordt weer tegen ingebracht dat voorgenoemde bestuurders slechts bij verkiezingen ter verantwoording kunnen worden geroepen, vaak toch ver van de bevolking staan, en op deze manier ‘bij de les' kunnen worden gehouden en eraan kunnen worden herinnerd wiens belang ze dienen. Grote betogingen in de Benelux hebben vooral een links karakter, alhoewel er ook kleinere rechtse demonstraties zijn. Ze vormen een alternatief voor de gebruikelijke bestuurlijke en democratische wegen om invloed op de besluitvorming uit te oefenen. Betogingen kunnen worden gezien als een democratisch recht en als vallend onder vrijheid van meningsuiting. Toch is er een grenslijn te trekken met ordehandhaving, vooral wanneer enkele kwaadwillenden of een hele groep overgaat tot geweld of plunderingen. Wanneer dit het geval is, zal de politie (al dan niet via een oproerbestrijdingseenheid) of zelfs het leger ingrijpen. Soms gaan demonstraties dan ook gepaard met geweld en confrontaties tussen demonstranten enerzijds en politie en het leger anderzijds. Ook is het mogelijk dat twee demonstrerende groepen elkaar tegenkomen en met elkaar op de vuist gaan. Niet-democratische landen verbieden zelfs demonstraties in het geheel, treden hier hard tegen op, en gebruiken het ordehandhavingsargument als argument hiervoor. Een voorbeeld is het neerslaan van de studentendemonstratie in 1989 door het Chinese leger. Vaak vinden arrestaties plaats en worden dissidenten opgesloten, gemarteld of berecht in showprocessen. Dit kan echter ook averechts werken wanneer het harde beleid van de overheid nou juist de afkeer hiertegen versterkt, waardoor de situatie escaleert naar een burgeroorlog. Dit was het geval bij de aanloop naar de Libische Opstand van 2011. Anderzijds gelden in demonstraties ook de ‘normale' beperkingen van het recht van vrijheid van meningsuiting, zoals belediging, majesteitsschennis, belediging van een bevriend staatshoofd, opruiing, en haatzaaien tegen een bevolkingsgroep. In Nederland werd bijvoorbeeld de roepen van de woorden ‘Johnson moordenaar' gezien als een belediging van een bevriend staatshoofd, namelijk de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson, en niet toegestaan. Ook hier zal een open democratie met veel vrijheden deze beperkingen restrictief interpreteren, terwijl andere landen al zeer snel overgaan tot het neerslaan van een betoging omwille van de inhoud hiervan. Betogingen waren erg populair in de jaren zestig, zeventig en tachtig. In de jaren negentig zijn er veel minder grote betogingen geweest. In de jaren 2000 kwam betogen weer helemaal in, door onder meer andersglobalistische betogingen en betogingen tegen de oorlog in Irak.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.