EMDR

Eye movement desensitization and reprocessing (afgekort EMDR) is een therapeutische behandelmethode die met name toegepast wordt bij mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Deze therapie is ontwikkeld door Francine Shapiro en bestaat sinds eind jaren ’80. Een essentieel element is het telkens wisselen van de aandacht van links naar rechts met oogbewegingen (de therapeut gaat met zijn of haar vingers zo’n 25 cm voor het gezicht van de cliënt heen en weer). Soms worden ook links-rechtsgeluiden via een koptelefoon toegepast of links-rechtsaanrakingen op de knieën (‘tappen’). EMDR wordt vaak toegepast om de vastgelopen verwerking van traumatische ervaringen weer op gang te helpen. Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit bij met name PTSS. Uit systematische reviews blijkt dat de werkzaamheid van EMDR inmiddels voldoende vaststaat. Er bestaan inmiddels 21 gecontroleerde onderzoeken naar de effectiviteit van EMDR. Dit maakt EMDR op dit moment de meest geëvalueerde behandeling op het gebied van psychisch trauma. Volgens de meest recente richtlijnen van de International Society for Traumatic Stress Studies (ISTSS), de American Psychiatric Association (APA) en de Engelse overheid (NICE) is EMDR, met imaginaire exposure, de ‘treatment of choice’ voor psychotrauma. Een Nederlandse richtlijncommissie onder auspiciën van het Trimbos-instituut kwam recentelijk met een soortgelijk advies (Landelijke stuurgroep multidisciplinaire richtlijnen in de GGZ (www.ggzrichtlijnen.nl): “EMDR één van de meest in aanmerking komende psychologische interventies bij PTSS. De methode is effectief en wordt door zijn aard door veel patiënten en therapeuten als relatief weinig emotioneel belastend ervaren”. Onderzoek naar het nut van de oogbewegingen is in een recente overzichtsstudie eveneens bewezen. Om die reden staat EMDR voor de behandeling van PTSS in de categorie van therapieën met de hoogste effectiviteit.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.