fiatgeld

Fiduciair geld is geld dat zijn waarde niet ontleent aan de materie waaruit het gemaakt is (intrinsieke waarde zoals bij gouden en zilveren munten), maar aan het vertrouwen dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden. De nominale waarde berust dus niet op een bepaald gewicht en gehalte van edelmetaal maar op het vertrouwen dat de economische actoren stellen in de waarde van de munteenheid. Het woord fiduciair is afgeleid van het Latijnse woord voor vertrouwen. Voorbeelden van fiduciair geld zijn het wettig betaalmiddel in de vorm van papiergeld of giraal geld, maar ook digitaal cryptografisch geld zoals bitcoin. Strikt genomen is geld altijd fiduciair. Ook voor geld dat gebaseerd is op een grondstof is de waarde van dit geld ontstaan door het feit dat het goed geschikt is voor gebruik als betaalmiddel. In het geval van grondstofgeld en cryptografisch geld is het initiële vertrouwen dat leidde tot het gebruik als geld, gebaseerd op de industriële bruikbaarheid van respectievelijk de grondstof of cryptografische cash. Vaak zal aan dit vertrouwen een wettelijke basis ten grondslag liggen, zoals bij een wettig betaalmiddel. Hierdoor zal het vertrouwen mede gebaseerd zijn op het vertrouwen dat burgers in de overheid ofwel de muntheer hebben. In dat geval wordt het geld ook wel fiatgeld genoemd. Het woord fiat komt uit het Latijn en betekent ‘Laat het zo zijn’. De overheid stelt zich tot taak ervoor te zorgen dat de geldhoeveelheid die in omloop is niet te veel uit de pas loopt met de hoeveelheid beschikbare producten en diensten die in de samenleving wordt geproduceerd. Wordt er te veel geld in omloop gebracht, dan treedt er inflatie op. De overheid probeert het vertrouwen in het fiduciair geld in stand te houden doordat zij het accepteren ervan verplicht stelt, dit geld als middel erkent om belastingschulden mee te vereffenen, en erop toeziet dat er niet te veel van dit geld in omloop wordt gebracht door bijvoorbeeld de algemene banken.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.