Grand Slam

Grand slam is een algemene sportterm, afkomstig uit het bridge. De term wordt gebruikt bij uitzonderlijke gebeurtenissen of prestaties. Bij bridge is een grand slam de Engelse term voor het bieden en behalen van alle slagen. In het Nederlands wordt meestal groot slem gezegd; daarnaast bestaat ook klein slem. Bij tennis: het winnen van het Australian Open, Roland Garros, Wimbledon en het US Open in één tennisseizoen, dus in één kalenderjaar. Deze toernooien heten dan ook de vier grandslamtoernooien. Wanneer een tennisser ze alle vier wint, maar bijvoorbeeld vanaf Roland Garros en dus niet in één kalenderjaar, spreekt men wel van een oneigenlijke grand slam. Australian Open Wimbledon Roland Garros US Open Bij honkbal: een homerun terwijl alle honken bezet zijn, waardoor het team dat aan slag is in een keer vier punten scoort. Bij golf: het in één seizoen winnen van het Britse Open, het US Open, het PGA Championship en de Masters op Augusta. Bij rugby: het winnen van alle wedstrijden in het Zeslandentoernooi. Bij (weg)wielrennen: het winnen van de drie grote rondes (Italië, Frankrijk en Spanje). Bij veldrijden: het winnen van het nationaal en het wereldkampioenschap, de Superprestige, de GvA-trofee en de eerste plaats in de eindstand van de UCI. Categorie:Tennisterminologie Categorie:Bridgeterminologie Categorie:Honkbalterminologie Categorie:Rugbyterminologie Categorie:Dartsterminologie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.